zaterdag 21 maart 2009

SLEEP - hoofdstuk 9 (deel 3)



vervolg van hoofdstuk 9

Dick komt met zijn moeder. Dick is 10½ jaar oud, de oudste van twee zonen. Hij heeft een gedrongen postuur, een dunne huid en donkerbruine kringen onder omfloerst kijkende helderblauwe ogen, een vierkant voorhoofd boven een driehoekig gevormd gezicht. Het ziet eruit alsof hij zijn schouders voortdurend gekromd bijeenhoudt, omdat zijn nek begraven zit in een dikke trui met kolkraag. We begroeten elkaar. In de aanwezigheid van haar kind is moeder duidelijk niet op haar gemak. Er is spanning tussen hen. Ik stel voor dat zij zolang de les duurt heerlijk rustig een boek gaat lezen in mijn zitkamer. Door beide wordt opgelucht ademgehaald.
Zoals met Mary probeer ik ook met Dick de oefening ‘Het eigen gewicht optillen’ (zie 'De Extra Les' blz. 156), maar deze keer gebruik ik het beeld van een ster die boven zijn hoofd staat, waarvan een lichtstraal recht omlaag door hem heen schijnt tot diep naar het midden van de aarde. Ik vertel hem dat hij moet proberen het licht van die ster steeds door zich heen te laten stralen als hij beweegt. Wanneer hij zijn tenen van de grond optilt en weer neerzet schieten zijn vingers naar buiten. Deze keer zijn het de wijsvingers, kort en dik. Wanneer hij op zijn tenen gaat kan hij zijn evenwicht houden op zijn grote tenen met zijn kleine tenen helemaal van de grond. Zijn hielen gaan weer omlaag en hij komt met een plof weer op zijn voeten terecht. Zo mijn jongen, jij bent een prooi voor iedere zintuigindruk uit je omgeving en ik twijfel eraan of je ze ook kunt opnemen in je ritmische systeem en zo op een harmonieuze manier meenemen in de nacht tot in het gebied van de slaap. Later vertelde zijn moeder dat hij onrustig sliep.
Bij Dick activeren de zintuigindrukken te sterk het ‘strekkende bewegingssysteem’ en zij maken intellectuele denkkrachten wakker. (zie 'De Extra Les' blz. 32). De wilskracht van het IK, die werkzaam is in het ‘oprichtende bewegingssysteem’ wordt dusdanig overweldigd dat zijn ademhaling oppervlakkig is en innerlijke spanningen de subtielere bewegingen van de ‘oprichtende mens’ belemmeren. De ‘strekkende’ door de zintuigindrukken gestimuleerde bewegingen stuwen (push) te sterk het lichaam, waardoor het IK gedwongen wordt het lichaam meer van buitenaf te bewegen, dan als vanuit een innerlijke harmonieuze response op hetgeen binnenkomt van de buitenwereld. Het is belangrijk te wijzen op Rudolf Steiners indicatie dat “die gebieden van het menselijk organisme waarmee wij in staat zijn visuele indrukken te herinneren, dezelfde gebieden zijn die ons de muzikale gewaarwordingen verschaffen, d.w.z. het auditieve waarnemen.“ (zie: Rudolf Steiner: 'Menskunde, innerlijk vernieuwd'). Gedurende de slaap werken de planetentonen in op het vormkrachtenlichaam waar zij de lichaamsprocessen zouden moeten hervormen en harmoniseren. Een onderdeel van onze activiteiten gedurende de slaap bestaat uit het onszelf weer afstemmen op de toonhoogte (toonsoort) van het kosmische concert, doormiddel van innerlijke zielenbeweging naar het innerlijk voorbeeld van de muziek van de harmonie der sferen.
Is onze betrokkenheid bij de zintuigindrukken te sterk, als wij ons te lang en te diep hebben ‘gestrekt’ in de zintuigwereld, dan neemt de ziel niet volledig deel in de bewegingspatronen van de kosmische sferenmuziek. Het harmonieuze ademen tussen ‘strekken’ en ‘oprichten’ (optillen – heffen), waardoor de inhoud van de geestelijke wereld ons doordringen kan, wordt onderbroken met als gevolg dat we bewegen als een automaat.

Laten we eens kijken hoe Dick beweegt bij de Koperen Bal Oefening (zie 'De Extra Les' blz. 142). Ik bereid de oefening voor door te vertellen over spelletjes waarbij je concentratie nodig hebt en absoluut aandachtig kijken en bewegen: zoals honkbal, tennis, cricket en boogschieten. Ik leg een kleed op de vloer waarop hij kan liggen. Hij gaat plat op zijn rug liggen met zijn gezicht omhoog. Ik stop een zachte vilten bal tussen zijn voeten bij de wortel van zijn grote tenen, om te zorgen dat hij zijn voeten parallel houdt. Dan leg ik bij hem een koperen bal in iedere hand en zeg hem dat hij de rug zijn hand (handpalmen omhoog) naast zich op de vloer moet leggen. Dan moet hij om de beurt een arm omhoog heffen en de hand draaien op het moment dat de koperen bal dreigt te vallen, totdat de arm boven zijn hoofd op de vloer aankomt en kan uitrusten, zonder dat hij ook maar een moment de bal uit het oog verliest. Dick probeert het. Het lukt hem zijn hand te draaien, maar zo gauw als de arm boven de schouder aankomt, vergeet hij ernaar te kijken en staart hij naar boven. Het kost enkele pogingen om hem over te halen zijn hoofd te draaien en naar de bewegende bal te kijken. De weg omlaag naar de vloer boven zijn hoofd is niet makkelijk; de linkerhand raakt de weg kwijt en daarna ook de rechterhand. Beide handen draaien naar buiten, weg van het hoofd. Dick merkt het niet en ik corrigeer hem niet. (Het duurde drie lessen voordat hij het doorkreeg). Nu gaat de eerste hand de weg terug, waarna ook de tweede hand weer langs het lichaam wordt gelegd, terwijl Dick steeds moet kijken naar elke bal. Dan doen we hetzelfde met twee handen tegelijk, ogen dicht. Het gevolg is dat een fusillade van gekraak en geknak wanneer ongebruikte pezen weggetrokken worden bij de beenderen – de borstkas begint zich te verwijden en te sluiten zodat frisse lucht naar binnen stroomt en zware ongebuikte statische lucht naar buiten geduwd wordt. Het is eigenaardig om te merken dat maar weinig kinderen zelf dat kraken en knakken opmerken; heel soms vraagt een kind wat het is, maar dat is echt zeldzaam. Later in de les vroeg ik Dick om een tekening te maken; we zagen daarop hoe de ervaring van dit fenomeen -door de ziel getransformeerd- door hem geuit werd als beeld van een zeilschip met van links naar rechts afvurende kanonnen.
Nu proberen we het derde gedeelte van de oefening. Nog steeds zijn de ogen gesloten. Hij begint met een hand op de grond boven het hoofd, de andere naast zijn lichaam. Nu moet hij de ene hand van boven zijn hoofd naar zijn been bewegen, terwijl de andere van naast zijn been naar boven zijn hoofd beweegt. Dit werd echter zo chaotisch dat we ophielden. Lachend kwamen we tot de slotsom dat we dit moesten gaan oefenen. Het naar buiten draaien van de armen, weg van het lichaam, wanneer zij op de vloer bij het hoofd aankomen, laat zien dat de stromingen van de bovenzinnelijke ruimtelijke organisatie (zie 'SLEEP' hoofdstuk 4 met het diagram van de kubus) overweldigd zijn en dat die stromingen worden omgedraaid, doordat de ziel te sterk verbonden is met de instinctieve erfelijkheidskrachten en de te sterke zintuigindrukken. Dit geeft een te sterke nadruk op het ’strekkende bewegingssysteem’.
De volgende keren dat we deze oefening doen zal ik op de lier spelen, en verschillende toonreeksen en intervallen gebruiken voor de drie onderdelen van de oefening. Maar ik zal het tempo waarmee ik speel altijd aanpassen aan de bewegingen van Dick. Deze oefening creëert altijd een prachtige stemming van rust en innerlijke vrede.
Dick is een actief kind, een bomenklimmer en een liefhebber van sport en gymnastiek. Dus vraag ik hem om eens door de gang te kruipen op zijn knieën maar met zijn onderarmen (elleboog tot hand) op de grond. (zie ‘De Extra Les’ blz. 130). Zijn lichaam is zo zwaar dat hij het bijna niet in beweging krijgt en hij geeft het na een rondje al op. Hieraan ziet men hoe weinig de ziel de mogelijkheid heeft gekregen om in het lichaam in te ‘ademen’, ondanks alle fysieke activiteiten.
Tenslotte vraag ik hem om een tekening te maken van ‘een blauwe maan en een rode zon’ (zie 'De Extra Les' blz. 69).Hij pakt meteen geel samen met rood over elkaar en geel alleen. Ik zeg niets en we nemen afscheid. Ik geef hem een glaasje limonade en wat koekjes en praat met zijn moeder.
Moeder en ik kwamen overeen om het slaapprobleem aan te pakken, en omdat moeder bekend was met Rudolf Steiners mensbeeld, vertelde ik haar over de spiraalbewegingen van het astraallichaam – hoe de ziel, wanneer zij het lichaam verlaat en er weer naar terugkeert, spiraalbewegingen maakt, net als een roos die haar blaadjes opent in een spiraalbeweging, daarmee uiteindelijk een perfect cirkel vormt om haar schoonheid aan de wereld te tonen. We deden de ‘Drievoudige Spiraal‘ (zie 'De Extra Les' blz. 146) welke moeder beloofde iedere avond met Dick te doen bij het naar bed gaan, als onderdeel van een kleine ceremonie met muziek en een avondgebed. In ons gesprek vertelde zij me dat ze bij haar echtgenoot weg was gegaan en dat hij en zij hadden besloten te scheiden.



(Wordt vervolgd)

Geen opmerkingen: