zondag 1 februari 2009

SLEEP - hoofdstuk 2

 

DE DRIELEDIGE ERVARING TIJDENS DE SLAAP

De menselijke geest is uniek… In ieder leven verschijnt de menselijke geest als een herhaling van zichzelf met de vruchten van zijn vroegere ervaringen in eerdere levens.
                                                               -  uit: Rudolf Steiner Theosofie 
 
Verborgen achter het fysieke lichaam dat we kunnen zien met onze ogen heeft de mens nog drie andere lichamen, onzichtbaar voor onze fysieke zintuigen: 
• Een krachtenlichaam dat het fysieke lichaam vervult met leven en met levitatiekrachten die sapstromen omhoog brengen – (door Rudolf Steiner etherlichaam of levenslichaam genoemd). 
• De ziel of het astraallichaam, de zetel van bewustzijn en van de zielenactiviteiten denken, voelen en willen. 
• Het geestelijke deel, het menselijke ik dat aan iedere persoon de mogelijkheid geeft zichzelf Ik te noemen en dat de ziel (het astraallichaam) kan sturen en controleren. 

Overdag leven wij in deze vierledige organisatie en we doordringen het volledig met onze wilskrachten. We gebruiken het als een instrument voor ons welbevinden en onze leefvrijheid. We zijn totaal niet bewust van deze bovenzinnelijke organisatie. Om een idee te krijgen van deze wezensdelen, kunnen we alleen zeggen dat we ons fysieke lichaam gewaarworden wanneer het niet meer kan beantwoorden aan onze wil. Op een zelfde manier worden we voor het eerst gewaar dat we een “levenslichaam” hebben wanneer het niet best met ons gaat en we vitaliteit verliezen, wanneer ons lichamelijk doorzettingsvermogen vermindert en wanneer een taak nog eens opnieuw doen vervelend en vermoeiend wordt. Een idee van ons “bewustzijnslichaam” krijgen we pas wanneer we het bewustzijn verliezen. Deze complexe organisatie nemen we mee naar bed. We zinken in een comfortabele toestand van bewusteloosheid in de verwachting dat we de volgende morgen geheel verfrist weer op zullen staan. Maar wat gebeurt er vanaf het laatste moment van bewustzijn totdat we weer geluid, beweging en licht waarnemen? 

Rudolf Steiners geestelijk onderzoek beschrijft de volgende fenomenen die plaats hebben: wanneer de ziel zichzelf losmaakt van de zintuiglijke waarnemingen – met andere woorden, zichzelf losmaakt van het fysieke lichaam – wordt zij gewaar dat zij terecht komt in een situatie van verspreiden en uitbreiden. De ziel treedt op dat moment binnen in de activiteiten van het levenslichaam of etherlichaam, dat gedeelte van onze organisatie dat leeft in de levitatie. Het etherlichaam is opgebouwd uit werkende krachten die het leven en de groei van de plantenwereld ondersteunen en die ook werkzaam zijn in de elementen van het weer en het water van onze planeet. De eerste ervaring die we hebben wanneer we in slaap vallen is die van een vormloze verbinding met de algemene levenskrachten die werkzaam zijn in de natuur. Kinderen zijn zich vaak bewust van dit stadium. Zij vragen dan: “Waarom word ik zo groot als ik in slaap val?” Andere kinderen beschrijven hoe zij omhoog zweven naar het plafond en dat zij in slaap vallen wanneer zij dat aanraken. Volwassenen hebben soortgelijke ervaringen, bijvoorbeeld wanneer er tijdens ziekte koorts optreedt. 

Het eerste stadium van de slaap roept in iedere mensenziel een verlangen op naar het goddelijke, en het ontvangen van goddelijke steun. Dit komt door het verlies van de mogelijkheid tot zelfwaarneming, dat een vrucht is van het leven binnen een fysiek lichaam. Dit verlangen ontstaat in de ziel, die zijn steun en stut heeft verloren. Een klein meisje vertelde mij eens dat zij deze sensatie van zo groot te worden dat je bijna ploft stopte door de muur naast haar bed aan te raken. Onmiddellijk kreeg ze dan haar eigen grootte weer terug. De behoefte aan steun van het lichaam strijdt met de behoefte aan slaap. De kracht om dit stadium gezond binnen te gaan wordt verkregen door de interesse en de belevingen in de natuur gedurende de dag. Wanneer we dit weten kunnen we met bewondering zien hoe een gezonde mens hiervoor zijn eigen remedie vindt tijdens het wakker zijn. De drang om in de tuin te gaan werken krijgen we niet alleen door gebrek aan fysieke inspanning bij een kantoorbaan of eentonig werk in een fabriek en psychische druk gedurende de dag. Het zorgt ook voor dat wat nodig is voor een gezonde reactie tijdens de eerste stadium van de slaap. Nog even een laat blokje om wandelen met de hond of de kat uitlaten betekent dat we dan de vochtige en met geur vervulde avondlucht kunnen ervaren, of de harde koude regen, of een glimpje zien van Sirius die boven ons aan de hemel staat. Dit zijn waarnemingen waar de ziel zijn aandacht op richt en zo kracht verkrijgt voor de bewustzijnsverandering van een uur of wat later. 

Afgescheiden zijn van de natuur betekent ook dat onze ziel beroofd wordt van de geestelijke inhoud achter de natuur, namelijk de elementenwezens die leven in aarde, water, lucht en vuur. Het zijn deze elementenwezens die de regenerende krachten aandragen die wij nodig hebben voor het dagelijks leven. Onszelf hiervan af te scheiden is een ramp voor de ziel omdat het kunnen waarnemen van de seizoenen, de activiteiten van vogels en andere dieren, en het weer ons oefent in het zich verbinden met fenomenen, een vaardigheid die de basis vormt voor gezond denken. Onverschillig worden ten opzichte van de natuur betekent een verlies van een essentiële verbinding met de rest van de mensheid, een innerlijke verharding, dat een begin is van “ziele-ziekte”, psychische ziekte. Het is een stadium dat de deur opent voor nog verdere moeilijkheden. 

Wanneer de ziel niet sterk genoeg is om het eerste stadium van de slaap door te komen, dan brengt het verlangen dat daar ontstaat en dat onder het normale bewustzijnsniveau blijft, overdag een staat van onzekerheid teweeg. Dit verlies aan Ik-evenwicht veroorzaakt binnen de ziel zeker de aarzeling om zich te verbinden met de algehele conditie en het karakter van de mens. Dus, ‘s nachts een onrustige slaap en de innerlijke ontevredenheid met het leven gedurende de dag kunnen verminderd worden door een bewust contact met de natuur. Rudolf Steiner heeft oefeningen voor deze bewuste activiteit gegeven in “De weg tot inzicht in hogere werelden” over de groei van zaad, het bloeien en verwelken van een plant, of het dagelijkse waarnemen van de lucht. Hij raadt aan om bewust de waarneming van de vorige dag in de herinnering op te roepen alvorens de volgende waarneming te doen (in: Praktische ontwikkeling van het denken). Dit bevordert een actief waarnemen van de levende natuur en kan in ons een steeds verdere verbreding van interesse bewerkstelligen. Dit soort oefeningen hebben een tweeledig effect. Zij wekken bij een ongeïnteresseerd persoon praktische activiteit, waardoor bijvoorbeeld interesse in een bepaalde plantensoort kan ontstaan, of dat seizoenswisselingen tot het bewustzijn beginnen door te dringen. Anderzijds kunnen zulke oefeningen de instinctieve verbindingen optillen tot in de sfeer van het Ik waardoor het de wil kan sterken om het eerste stadium van de slaap binnen te gaan. 

Het stadium van wijder worden kan bij sommige mensen kort duren, bij anderen enkele uren. Het is de tijd van het dromen. Dromen ontstaan wanneer de ziel probeert zijn fysieke houvast te bewaren, of wanneer organische verstoringen vanuit het fysieke lichaam oplichten in de halfbewuste ziel. Hoe verklaren wij een slechte nachtrust? Door de kaas, die we ’s avonds gegeten hebben de schuld te geven. Deze verstoringen worden in de ziel verbeeld als een of andere fysieke fantasie – alsof we in een brandend huis zijn of verdrinken. 

Het tweede stadium van de slaap begint dan. De ziel moet in het kort ondergaan wat op een kosmisch plan plaats heeft na de dood, namelijk het uiteenvallen van de eenheid in ervaring, die wordt verkregen door het feit dat in ons stadium van ontwikkeling het bewustzijn van de mens wordt bevorderd door het fysieke lichaam. De ziel moet nu zijn waarnemen handhaven zonder de steun van het fysieke lichaam, terwijl zij zich uitspreidt in het multi-centrale bewustzijn van het planetensysteem. Dit is geen eenvoudig concept om te bevatten. Rudolf Steiner beschrijft een zelfde soort ervaring, die de ingewijden moesten ondergaan in de mysteriën van Ephese, de mysteriën die een specifieke voorbereiding waren voor ons moderne bewustzijn. 

Hoe alarmerend dit vooruitzicht ook mag klinken, de mens van nu is voorbereid om deze ervaring te ondergaan. Men kan zich dit stadium het best voorstellen als een arpeggio dat in de ziel klinkt, met het Ik-vermogen om het als een akkoord te herhalen. Het gebrek aan deze samenbindende kracht brengt de ziel in een staat van versnippering. Dit kan de oorzaak zijn dat mensen kort na middernacht weer wakker worden omdat zij met slaappillen, nachtradio of met lezen-totdat-je-uitgeput-bent de ziel hebben gedwongen het tijdelijke bewustzijn los te laten en te gaan zweven in de processen van de orgaanactiviteit – een situatie die dromen veroorzaakt of een zware niet verfrissende slaap, naargelang het temperament of de constitutie. Rudolf Steiner benadrukt dat dit uitgespreid zijn niet het zelfde is als het stadium na de dood wanneer wij het zonnestelsel binnentreden, maar dat dit een uitspreiden is over de archetypische krachtencentra, die aangelegd zijn in het vormkrachtenlichaam dat elke mens voor zichzelf heeft opgebouwd voorafgaande aan de huidige incarnatie. Met andere woorden, het is een uitspreiden tot in de planetaire constellatie van onze horoscoop. We leven dan weer en zijn weer actief in het geestelijke oerbeeld dat ons tegenwoordige lichaam gevormd heeft gedurende de eerste zeven jaren van het leven. Zo is dit stadium van de slaap dus een weer worden “als een klein kind”. Hier vanuit gezien kunnen we begrijpen welke maatregel nodig is om dit stadium goed door te komen, namelijk interesse in onze medemensen, interesse in menselijke verhoudingen en het lot. Kinderen voor het zevende jaar zijn helemaal ingesteld op hun omgeving. Ze zuigen alles op wat in de omgeving gebeurt, bootsen de zielenhouding van de volwassenen die hen verzorgen na tot diep in al hun organen. Deze intensiteit en devotie voor de fysieke wereld moeten wij nu inzetten op het niveau van de zieleninteresse voor onze medemensen en daardoor verwerven wij de kracht om dit stadium van de slaap door te maken. Gebrek aan deze kracht betekent dat bij het ontwaken een ondertoon van bezorgdheid in de ziel weerklinkt. Deze bezorgdheid is een bron voor het gebrek aan vertrouwen in anderen of in het leven, vrees voor de toekomst. Zielentoestanden die uiteindelijk leiden tot het gebruik van kalmeringsmiddelen en medicijnen die de zielenconditie veranderen. Dit stadium van de slaap bepaalt de conditie van onze psychische houding van de komende dag – of we tevreden ontwaken en met innerlijke vreugde of met saaie en sombere gevoelens. Deze zielenstemming die we meebrengen vanuit dit stadium van de slaap heeft invloed op onze ademhaling en bloedcirculatie. Wanneer tijdens het waken we hiertegen geen tegengif kunnen inbrengen, wordt ons ritmische stelsel uiteindelijk zwak en onze wilskrachten kunnen niet sterk genoeg meer onze stofwisselingsprocessen doordringen. De weg ligt open voor allerlei problemen met spijsvertering, die onze vitaliteit irriteren en verlagen. En in plaats dat we een levendige interesse hebben voor degenen die we ontmoeten, vallen wij hen lastig met onze subjectieve interesse in ons eigen organisme, klampen wij onze vrienden aan en vertellen hen van onze laatste symptomen. 

Voor dit tweede stadium van de slaap kunnen we zielenverzorging vinden door onze interesse in en de observatie van het levensverhaal van een vriend of door het lezen van biografieën van geschiedkundige figuren en tijdgenoten, die een betekenisvolle invloed hebben gehad op het leven – sociale hervormers, kunstenaars en staatslieden. Als intieme hulp zouden we per dag het tot die dag behorende vers van Rudolf Steiners omvorming van het Achtvoudige Pad uit het hoofd kunnen leren en opzeggen (Meditationen die das Zeitwesen der Hierachiën erfassen – Tagesprüche gepubliceerd in GA 245). Die hebben een relatie met het planetaire systeem waarin we ons ’s nacht uitbreiden. Op deze manier wordt ons morele en sociale wezen versterkt, iets wat vitaal en belangrijk is in de opvoeding. 

Het derde stadium van de slaap vereist dat we helemaal “uitademen”, dat we alles laten gaan dat ons doet vasthouden aan ons fysieke lichaam en dat we instaat zijn om erop terug te kijken als naar een waarnemingsobject. Dit waarnemingsobject verschijnt niet voor ons zoals we het kennen uit de spiegel. We kijken ernaar vanuit de periferie van ons vormkrachtenlichaam en we zien het als een afspiegeling van de constellatie van de dierenriem, dat het vormde tijdens de embryologische ontwikkeling. Archetypische klanken, voortgebracht door geestelijke wezens vanuit elke sterrenconstellatie, schiepen de vormen in dit menselijke lichaam. Nu we in de geest vertoeven, kijken we neer op dit door de geest geschapen instrument. We worden ondersteund bij dit stadium van de slaap door de religieuze eerbied die in onze zielen werkzaam is. Het gevoel dat er iets is dat groter, machtiger en beter in de wereld leeft dan hetgeen wij met ons dagelijkse bewustzijn kunnen bevatten, iets waartoe we ons zouden willen verheffen door onze gebeden, overwegingen en meditaties. De dankbaarheid voor en om het leven sterkt de ziel voor deze ervaring tijdens de slaap. 

Daarom is het zo belangrijk dat kinderen de kwaliteit van de dankbaarheid tegenkomen en dit van de volwassenen om hen heen leren. Want het is een ondersteunende kracht, die wellicht hen het hele leven bij blijft, wanneer zij door het lot of hun zielenconditie niet de gelegenheid hebben dit door hun eigen bewuste inspanning op te wekken. Het gemis van deze ondertoon van religieuze overgave tot het leven, brengt apathie voort en een gevoel van psychische eenzaamheid in het dagelijkse leven. Men krijgt het gevoel dat men de kracht mist om te denken, ideeën te vormen. Met dit in het achterhoofd kunnen we de kracht begrijpen, die in de gemeenschap ontstond toen het in de Victoriaanse tijd en eerder nog gebruik was dat er gezamenlijk werd gebeden en in aanwezigheid van alle familieleden uit de Bijbel werd voorgelezen. Het was niet alleen iets dat bijdroeg aan de gemeenschapszin maar ook een gezonde basis legde voor de ervaringen tijdens de slaap en daardoor voor een lichamelijke gezondheid. Zo ook verzorgde het gebed voor de maaltijd het gevoel van dankbaarheid, dat doorwerkte tot in onderbewuste diepten voor het hele leven lang. 

Tegenwoordig is het onze eigen verantwoordelijkheid om de zielenkracht te verzorgen om dit stadium van de slaap te ontmoeten. We kunnen iets met een godsdienstige inhoud kiezen om te lezen voordat we gaan slapen. Het lezen van een sprookje is vruchtbaar voor de ziel, die zichzelf en zijn pogingen in het leven probeert te begrijpen. De beelden in het verhaal herinneren de ziel aan de archetypische wetten van de geestelijke ontwikkeling en verenigen de ziel weer met de wezens en de gedachten, die hebben geleid tot dit aardse bestaan, en tot de lotstaken die de ziel zichzelf gesteld had. 

Proza geschriften van ontdekkers en natuuronderzoekers zoals W.H.Hudson en John Muir, en ook essays van Richard Jefferies verlevendigen en stimuleren onze interesse en waarnemingen. Poëzie verstrekt een wijd reservoir aan stemmingen en seizoenswisselingen die rondom ons plaatsvinden, waaraan kunstenaars hun visuele inzichten toevoegen. Vanuit dit tijd geven aan meditatief kijken en lezen, kunnen we een versterkende inhoud meenemen tot in de slaap. 

Deze drie stadia van de slaap worden in omgekeerde volgorde herbeleefd wanneer de ziele-geest ’s morgens weer terugkeert naar het fysieke lichaam. Zij spelen zich af in het diepste onderbewustzijn en moeten worden beschouwd als de krachten die de archetypische structuur van de mens gedurende deze incarnatie ondersteunen. 

DRIE STADIA VAN DE SLAAP 
Eerste fase: Uitbreiding 
Zielentoestand: Verlangen naar het goddelijke (tijd van het dromen) Grondslag voor het gevoel van de verbinding van fenomenen. 
Ondersteuning: Interesse in de natuur

Tweede fase: Verdeling in een innerlijk veelvoud. 
Zielentoestand: Bezorgdheid, bij het wakker worden zielenstemming – bedroefd of blij. 
Ondersteuning: Interesse in de medemensen 

Derde fase: Sterrenervaring
Zielentoestand: Verlangen naar vereniging met God. Grondslag voor geestelijke vaardigheden als denken en ideeënvorming. 
Ondersteuning: Verzorgen van geestelijke / religieuze gevoelens.

SLEEP - hoofdstuk 1

 
SLAPEN EN DROMEN 

“Hebt u goed geslapen?" vraagt de gastvrouw aan haar gast. 
“Hoe slaapt u de laatste tijd?" vraagt de dokter aan zijn patiënt. 

Iemand die een keer gebrek aan slaap heeft gehad, weet maar al te goed hoe ons hele welzijn afhangt van die uren zonder bewustzijn. 

Sweet sleep the door to certain rest, 
Oblivion which shrouds our troubled minds 
And brings release… 

Zoete slaap de poort tot een zekere rust, 
Vergetelheid die onze zorgen versluierd 
En verlossing brengt…. 

Dat schrijft Sir Philip Sydney (“Ode to Sleep”) sprekend over het geneesmiddel dat de slaap voor ons allemaal is, en waar we verlangend naar streven, tegenwoordig niet met luitspel en gezang maar met een slaappil die naar binnengewerkt wordt met een glas water. 

Het is nog maar sinds kort dat de wetenschap probeert de poorten van de slaap te ontsluiten en vast te stellen wat er dan eigenlijk gebeurt. Dat onderzoek wordt uitgevoerd met instrumentarium dat de polsslag, de ademhaling en de elektrische activiteit van de hersenen meet. Dat soort methodes leidden tot wetenschappelijke beschrijvingen van de diverse toestanden en stadia tijdens de slaap. Bij het eerste inslapen is er de diepe bewusteloosheid. Dan volgt een lichtere slaap met mogelijke droomactiviteit, weer gevolgd door een tijd van diepere slaap. Het lijkt dat gedurende de uren van slaap zich een beeld een ritmisch patroon voordoet van diepere en lichtere slaap. Als dit ritme niet verstoord wordt, hebben we heerlijk geslapen en worden we opgefrist uitgerust wakker. Zijn er afwijkingen in het slaappatroon door teveel dromen of te lange onderdompeling in de onbewuste diepe slaap, dan we worden nog steeds vermoeid wakker, of met het katterige gevoel dat men met het verkeerde been uit bed is gestapt. 

Sommige onderzoeksprojecten over slaap willen aantonen dat we de slaap eigenlijk niet nodig hebben, dat het iets is dat is ‘geprogrammeerd’ in onze constitutie, en dat wanneer we die ideeën te boven kunnen komen de slaap niet meer noodzakelijk zullen hebben en mogelijkheden vinden om onszelf op heel andere manieren te verfrissen dan door tijd te verprutsen in bed. Zulke concepten wil de moderne materialistische wetenschap ons laten geloven, wanneer zij kijkt naar alles wat de ziel naar hogere vormen van bewustzijn kan leiden, meer waarnemend dan wat de fysieke zintuigen ons geven, zoals fantasie; en wanneer zij het leven slechts vanuit een nuttigheid principe beziet. 

Dat was de stand van zaken, de wetenschappelijke zekerheid toen Sleep voor het eerst verscheen in 1981. Tegenwoordig is er echter een verandering in de houding te bespeuren, die ook wordt aangeduid in de titel van een onlangs verschenen boek over dit onderwerp: “Counting Sheep, The Science and Pleasures of Sleep and Dreams” van Paul Martin. Martin, een bioloog aan de universiteiten van Cambridge en Stanford en wetenschappelijk publicist, kwam tot de ontdekking dat we tegenwoordig minder slapen –tot 1½ uur per nacht minder- en dat dit nadelig is voor onze gezondheid. Door het chronische gebrek aan slaap neemt het risico op een hartaanvallen en herseninfarcten toe en ook het risico van nog andere gevaren zoals verkeersongelukken. 

Het doel van de slaap lijkt anders te zijn  dan het pure uitrusten het versterken van het leren en het geheugen. Hetgeen waarvoor wij ons hebben ingespannen om te leren, een gedicht, of een stuk muziek, wordt tijdens slaap weer afgespeeld wanneer de hersenen zeer actief schijnen te zijn –het stadium van de snelle oog bewegingen (REM rapid eye movement). Wanneer we dan weer wakker worden, is wat we gisteren hebben geleerd geconsolideerd. Eugene Asaronsky ontdekte deze REM-slaap in 1953. Er zijn iedere nacht gedurende de slaap vijf cycli van 90 tot 100 minuten met afwisselend REM en non-REM-slaap. Verstoring van dit ritme veroorzaakt aantasting van gezondheid en een hoog aantal verkeersongevallen. De aanname dat we zonder slaap zouden kunnen wordt nu gezien als een illusie. Martin bepleit dat we van de slaap zouden moeten genieten en dat we zelfs een middagslaapje zouden moeten nemen om onze energie weer aan te vullen en onze doelmatigheid op peil te houden voor de rest van de dag. 

Het hierboven geschetste onderzoek rechtvaardigt het meer gevoelige bewustzijn van onze dichters die intuïtief hebben geweten dat achter de sluier van het bewustzijn krachten van geestelijke natuur werkzaam zijn, krachten verbonden met het leven van de aarde. Goethe wist dat er specifieke stadia in de slaap waren en dat de laatste fase van de slaap een bijzondere kwaliteit heeft. Het begin van het tweede deel van zijn Faust opent met de scène waarin Faust ligt te slapen in een prachtige vallei, na zijn traumatische vertrek bij Gretchen in Deel Een. We zijn hier dan deelgenoot van gebeurtenissen op geestelijk en zielenniveau in de natuur, die plaats vinden als Faust slaapt. De elementaire wezens in de natuur, die weven in de lucht-, water- en vuurkrachten binnen het plantenrijk, worden bijeengeroepen om Fausts vermoeide ziel te verkwikken. Iedere groep spreekt van zijn activiteit in een prachtig ritme, dat, wanneer we het herhalen, een verfrissend effect heeft. De elfen fluisteren tot de slapende Faust: 

Schon verloschen sind die Stunden, 
Hingeschwunden Schmerz und Glück;
Fühl es vor! Du wirst gesunden;
Traue neuem Tagesblick.

Shakespeare is ook thuis in de wereld van de elementaire wezens. Hij verbeeldt hun ondeugende natuur in de idyllische scènes van Een Midzomernachtsdroom. Hij voert ook de elementaire wezens op die werkzaam zijn in het zielengebied, zoals de heksen in Macbeth ons laten zien. Beide verbeeldingen drukken het verminderde bewustzijn van de mens uit. En tenslotte laat hij in De Storm zien hoe de volledig zelfbewuste mens zichzelf verbindt met zowel hogere als lagere wezens uit het elementaire rijk. Ariel is zijn toegewijde bediende; Caliban moet hem gehoorzamen. Dan wordt menselijk lot recht gezet en vervuld. 

Maar niet alleen de elementaire wereld is werkzaam in de omgeving van de slapende mens. Geestelijke wezens van hogere rang kunnen het droomleven binnentreden. Als voorbeeld: Caedmon, de vroegst Engelse dichter, (7e eeuw) kreeg de opdracht van een wezen in zijn droom om naar de Abdis van Whitby te gaan, waar hij diende als koeherder, en haar het scheppingsverhaal voor te zingen. Deze opdracht gehoorzaamde hij. Hij ontdekte dat hij in staat was het lied in het geheugen vast te onthouden zodat het kon worden opgeschreven door de monniken in het nabij gelegen klooster. 

Er zijn vele ervaringen opgetekend van engelen die in dromen verschijnen en opdrachten geven. De engel die de Drie Koningen waarschuwt niet terug te keren naar Herodes is een heel bekende (Mattheüs 2:12). Een minder bekende is bijvoorbeeld uit de tijd van Hendrik de Achtste. Zijn secretaris Oliver King:

….een burgerlijke advocaat die de ladder van klerikale promotie beklimt om Bischop van Bath en Wells te worden na Richard Fox. Het was niet voor het vierde jaar als bisschop dat hij zijn eerste bezoek aan Bath bracht waar de Abdij Kerk in staat van verval was, bijna een ruïne. Die nacht had hij een droom even opmerkelijk als de droom van Jacob, zei hij, die hij opvatte als het bevel om de kerk te herstellen. Dit lukte hem en in de stenen in het westelijke gevel is de droom afgebeeld als engelen die hemelse ladders afdalen en het passende vers uit het boek Rechters: ‘Eens gingen de bomen eropuit om een koning te kiezen. Ze vroegen de olijfboom: “Wilt u onze koning zijn?” (Richteren 9:8) 

We springen over naar de tijd van William Blake, en dan hebben we daar diens beschrijving van het verschijnen van zijn overleden broer, die hem de noodzakelijk instructies geeft voor het drukken en graveren van zijn boeken. 

Voorspellende dromen hebben altijd hun belangrijke rol gespeeld in ons leven, zowel persoonlijk als in de geschiedenis –van de engelbewaarder die waarschuwt voor gevaar doormiddel van een droom, weer verteld als sprookje en legende, tot de dromen die een impact hebben gehad op een historisch niveau, zoals de droom van keizer Constantijn. Een studie over dromen wijst op het feit dat de mensheid in de geschiedenisontwikkeling een bewustzijnsverandering doormaakt. In voorchristelijke tijden ervoeren priesters een direct contact met geestelijke wezens die hun bedoelingen betreffende de leiding van de mensen openbaarden. Resten van deze bewustzijnsvorm vinden we in het Oude en Nieuwe Testament en bij Herodotus (485-425 v Chr., door Cicero genoemd als eerste geschiedschrijver), die veel reisde door de mediterrane landen en mythes en geloof van het volk optekende, hun dromen en voorspellingen zowel als hun dagelijkse beslommeringen. 

Onze moderne vorm van bewustzijn gelooft gewoonlijk alleen in dromen van een organische natuur, van verlangen of bezorgdheid, toe om in het bewustzijn op te treden. Niettemin is het evident dat we iets positiefs en objectiefs kunnen meebrengen vanuit de slaap wanneer we de gewone ervaring hebben dat we een oplossing weten voor een probleem wanneer we ontwaken. Gedurende de slaap moeten er stadia van bewustzijn plaatshebben die een objectieve waarde hebben en die te maken hebben met voor iedereen bekende processen. 

Scholing in de mysterie-godsdiensten van de voorchristelijke tijden was mogelijk voor iedereen, zoals bijvoorbeeld in het Griekse Ephese. Mensen verlangen vaak naar zo’n scholing in onze moderne tijd en zij zoeken het in oostelijke religies. Daar vinden ze een leraar en gaan wonen in een ashram en andere training centra, terwijl ze verlangen om deel uit te maken van een gemeenschap. Rudolf Steiners geesteswetenschap kan tegemoetkomen aan deze twee verlangens. Scholing is daar gegeven in overeenstemming met ons bewustzijn in de huidige tijd, dat zich kan uitbreiden tot in de verborgen gebieden van de slaap. De wens om samen te werken met anderen heeft ook geleid tot het vormen van gemeenschappen.