zondag 21 maart 2010

Ontwikkelingsreeks als voorbereiding op tekenen en schrijven

I. ’De Krabbeloefening’ - Scribble Whirl
(zie De Extra Les blz. 162-163)

Geef de leerlingen een groot vel papier – zo groot dat hun hand ver naar voren en zijwaarts kan bewegen. De leerlingen houden één, twee of drie krijtjes in de hand, in de ‘Cross Palmaire’ greep - in een vuistje. De tekenbeweging komt vanuit de schouder.

Laat een rechthandig kind met een inwikkelende spiraalbeweging (tegen de klok in) krabbelen; het linkshandige kind werkt met de klok mee.
Men kan het papier op de tafel vast tapen, beter is om de leerlingen te leren met de niet-dominante hand het papier vast te houden.

De leraar moet voortdurend op de zithouding letten en deze corrigeren (voeten naast elkaar onder de tafel, stoel recht achter de tafel).

II. 'De Ruitenwisser’

Bij deze tweede oefening herhalen we een populair motief uit de kleuterklas-leeftijd. Het lijkt erop dat aan het verdwijnen is, dat kleuters dit spontaan tekenen. Vandaar dat we het nu als motief kunnen oefenen in een eerste klas (groep 3), net zoals touwtjespingen vroeger een gewoon kinderspel was en nu op school aangeleerd moet worden.

Bij het tekenen van dit motief beweegt het kind het krijtje vanuit de elleboog.
Onderarm en hand ‘vegen’ heen en weer over de tafel, zodat ook de tafel wordt gevoeld. De elleboog rust als scharnierpunt op de hoek van het papier.
Met het krijtje produceer je een boog.


Het papier kan worden gedraaid zodat vanuit elke hoek een serie bogen kan worden gekleurd.

Kinderen vinden het leuk om in het opengebleven midden een kleine tekening te maken.

Alle kleuren zijn toegestaan. De leraar let voortdurend op de zithouding en corrigeert die (Voeten naast elkaar onder de tafel, stoel recht achter de tafel).
Linkshandigen mogen hetzelfde doen vanuit de linker benedenhoek.

III.‘Golfjes’

We gebruiken nu een kleiner formaat papier en beginnen opnieuw met de ‘Ruitenwisser’.
De elleboog blijft als scharnierpunt functioneren, de arm en de hand ‘vegen’ nog steeds over de tafel, maar de kinderen maken nu door middel van bewegingen met de vingers een golflijn onder en boven de gebogen lijn. Ze kunnen heen en weer over de golflijn gaan.

De andere hand houdt het papier vast. De leraar loopt door het lokaal en corrigeert de zit- en schrijfhouding waar nodig.

Het papier kan gedraaid worden om het motief opnieuw te tekenen.

IV.‘Krullen’

We beginnen opnieuw met de ‘Ruitenwisser’.
Nu maken we krullen boven de gebogen lijn. Die krullen draaien tegen de klok in.
Onderaan beginnen en langzaam naar boven tekenen. Steeds opnieuw onderaan beginnen en nu niet terug gaan bij het tekenen, want we oefenen zo alvast de schrijfrichting (rechtshandige kinderen).

Dan tekenen we krullen onder de gebogen lijn. Deze draaien met de klok mee.

Linkshandige kinderen doen het patroon in spiegelbeeld. Zij oefenen hierbij dus nog niet de schrijfrichting.

V.‘Veren’

We beginnen opnieuw met de ‘Ruitenwisser’.
Nu tekenen we kleine rechte lijntjes aan de bovenkant van de gebogen lijn. We tekenen naar de gebogen lijn toe.

Dan maken we kleine streepjes aan de onderkant naar beneden, beginnend bij de lijn.


We kunnen als variatie (sommige kinderen doen dat al zelf) ook naar rechts tekenen. Dan krijg je een echte veer.



Linkshandige kinderen doen het in spiegelbeeld.

VI.‘Het Kleine Regenboogje’

Nu gaan we vanuit de pols tekenen en met ander tekenmateriaal.
We maken nu met kleurpotlood een kleine regenboog. De hele arm rust op de tafel, inclusief de pols.
Alleen de hand beweegt.
Opnieuw loopt de leraar door het lokaal en corrigeert de zit- en schrijfhouding waar nodig.
Ook let de leraar op de pengreep. De wijsvinger en duim staan tegenover elkaar en samen met de middelvinger houden zij het potlood vast. De wijsvinger mag niet doordrukken. (De kinderen op de foto hebben daarvoor nog wat oefeningen nodig.)


Alle investering in deze bewegingsoefeningen, die eigenlijk fysieke wilsoefeningen zijn, wordt beloond doordat hierdoor bij de kinderen nieuwe fantasie krachten worden gewekt. Dit schrijfwerk heeft toch iets weg van een Joseph Beuys, niet waar?




Via de volgende link vindt u nog een uitbreiding bij deze oefening:
http://vo-extrales.blogspot.nl/2011/07/geometrische-vormen.html

---

Het komt vaak voor dat kinderen de middelvinger boven op het potlood houden, of zelfs ook de ringvinger ook ter sturing gebruiken. Hiermee laten zij zien dat zij eigenlijk niet de draaiing van de spaakbeen en ellepijp beheersen. Zij draaien hun hand niet open, maar hebben de neiging de rug van de hand naar boven te houden. D.w.z. dat de aanvang van de fijne motoriek onvoldoende is aangelegd. De ontwikkeling van de fijne motoriek begint namelijk met het opendraaien van de onderarm. In termen van De Extra Les heet dat, dat zij enkel de 'strekbewegingen' (stretching) maken en geen 'oprichtbewegingen' (lifting). Vanuit een ongestuurde bewegingsimpuls (wilsimpuls vanuit het astraallichaam) komt de beweging tot stand. De coördinatie via de zintuigen (onder leiding van het Ik) is nog niet tot stand gekomen. Dezelfde kinderen 'graaien' bovenhands een balletje of bonenzakje uit de lucht i.p.v. het onderhands te vangen. Juist voor deze kinderen geldt het dat we steeds eerst met 'strekbewegingen' moeten beginnen om hen daarna verder te leiden naar de Ik-gestuurde 'oprichtbewegingen'. (zie De Extra Les blz. 32). Daarom is het belangrijk om elke keer met I. de Krabbeloefening (Scribble Whirl) te beginnen, om daarna te vervolgen met de tekenoefening die dan aan de beurt is. Het is sowieso aan te raden om de oefeningen vaak te herhalen.

De Robinson Grasp Reflex (gebruik als warming up voor het schrijven)
1. De duim is binnen de vuist. Knijp even een paar keer.
2. De duim wordt uit en op de vuist gelegd.
3. De duim beweegt zich van boven naar beneden en weer terug langs de voorkant van de vuist, over de vingers. (Dit is de eerste ervaring van de duim in oppositie).
4. De duim en de wijsvinger maken een pincetgreep. Gestrekte vingers openen en sluiten.
5. De duim en de wijsvinger maken het OKAY symbool. (zie afbeelding)
6. Druk nu om de beurt elke vinger op dezelfde wijze tegen de duim.
7. Begin nu te tekenen of te schrijven.

1. Er staat een potje honing op tafel (de vuist), waarin een bijtje honing stopt (de duim).
2. Het bijtje klimt uit het potje en gaat eerst boven op het deksel zitten.
3. Hij plakt een etiket op het potje: 'Lekkere honing' staat erop. (de duim gaat heen en weer over de vingers).
4, 5 en 6. Een ondeugende rakker zou er wel een likje van willen proeven. Mmmm, het smaakt heerlijk.
7. Het potje staat op tafel (vuist). We doen het open (duim en wijsvinger in pincetgreep). We leggen er een stokje op om de honing eruit te lepelen (potlood). Nu kun je gaan tekenen/schrijven.

Okay-gebaar:


zondag 31 januari 2010

Werkochtend met Audrey McAllen

Brugge, België
Maandagochtend 4 mei 1987

A. VRAGEN n.a.v. de voordracht "De Stromingen van de Aarde en van de Mens"

1. Hoe kan je de voordracht van gisterenavond gebruiken in de praktijk?

De feiten aangedragen over de geestelijke stromingen in de mens en de aarde liggen ten grondslag aan het concept van "The Extra Lesson". Ik heb dat concept nader uitgewerkt in "SLEEP".
Nemen wij bijvoorbeeld: We werken met een linkshandig kind. Het heeft zijn dominantie niet ontwikkeld volgens de wetmatigheden en de geestelijke stromingen van de aarde en mens, want naar de lichamelijke structuur (neurologisch, motorisch, plaats van de organen enz.) is de mens gebouwd als een rechtshandig wezen. Dat hoort bij het fysieke structuurlichaam. Linkshandig zijn is een individueel element behorend bij de persoonlijkheid. Linkshandig zijn betekent dat een mens door karmische oorzaken –als gevolg van het lot in een vorige incarnatie- zijn dominantie tegen het archetypische wereld bewegingsbeeld in ontwikkelt. Vaak zie je dat bewegingspatronen van een kind die niet overeen komen met de archetypische bewegingen in mens en aarde. Dat kun je overigens ook vinden bij rechtshandige personen, wanneer zij bijvoorbeeld de ‘Bewegende Rechte Lijn en Lemniscaatoefening’ doen (EL blz. 167). Een therapie ervoor is de “Rechthoekige Driehoekoefening” (EL blz. 151–155). Dat is een oefening voor kinderen vanaf 11 jaar. Jongere kinderen hebben baat bij de “Drievoudige Spiraal (EL blz. 146) De oefeningen uit “De Extra Les” integreren de bewegingen van de mens (het kind) in de bewegingen van de aarde; het spirituele element in de mens wordt samengebracht met de spirituele wetmatigheden, met het geestwezen van de aarde. Doordat je jezelf leert te verbinden met die wetmatigheden die objectief zijn, kun je jezelf sterken om je eigen individuele lot te vinden en te verwezenlijken.
(zie ook: Uit de aantekeningen van Audrey McAllen I en II, eerder gepubliceerd op dit weblog)

2. Verhouding tussen de Tempel van Jeruzalem en het "Goetheanum"?

De maten van de Tempel van Jeruzalem, gebouwd door koning Salomo in samenwerking met de bouwmeester Hiram Abiff, waren afgeleid van de maten die Mozes gebruikte voor de tent waarin de Ark van het Verbond werd meegenomen door de woestijn. Mozes was een Egyptische ingewijde. Hij heeft zijn wijsheid o.a. in de Egyptische mysteriën verkregen. Ook de Egyptische tempels waren gebouwd volgens een heilige architectuur, n.l. de verhoudingen van het menselijk lichaam.
Voor de bouw van Het Goetheanum oefende R. Steiner zich in de architectuur. Bij de verschillende voorontwerpen zie je langzaam in metamorfose het Goetheanum ontstaan. Het eerste Goetheanum is als een meditatie, als voorbereiding op de toekomst. Je kunt de architectuur mediteren, d.m.v. plattegronden en voorstellingen van deze ruimte en daarmee de krachten van do aarde voelen. Rudolf Steiner zegt dat het etherlichaam zich langzaam aan het losmaken is van het fysieke lichaam. Het moet de ervaringen van het fysieke lichaam opnemen; de ervaring van de driedimensionale ruimte moet erin worden afgedrukt. Is het stempel van ons fysieke lichaam niet afgedrukt in het loskomende etherlichaam van de mens, dan is de aardeontwikkeling eigenlijk voor niets geweest. We zien in onze tijd, dat kinderen in de eerste zeven levensjaren steeds moeilijker incarneren in het fysieke lichaam, het gebied van de zintuigontwikkeling, de neurologische ontwikkeling en de motorische ontwikkeling. De "afdruk" wordt zwakker en zwakker. Dit is dus een gevaar voor de kiem van de toekomst. Het fysieke lichaam is een geestelijke structuur, de wetmatigheden die ermee samen hangen hebben in de diepste zin van het woord een morele herkomst. De bewegingen in de zes ruimterichtingen (2 x 3 dimensies) zijn in de geestelijke wereld morele deugden. Wanneer wij bewegen is dat altijd hoe dan ook een morele daad. Morele opvoeding is een opvoeding van de wil, van het doen; niet van vermanen en tegen kinderen aanpraten.
(zie ook: Foundations of the Extra Lesson - hfst 12: The Devine Architecture of the Structural Physical Body)

3. Kinderen met morele problemen, hebben die ook moeilijkheden in hun skelet?

De incarnatie is een tweevoudig proces.
1) enerzijds is er een indringen van vormende etherkrachten in het fysieke lichaam vanuit het individuele karmische verleden.
2) anderzijds is er een invloed uitgaande van het milieu, de omgeving. Die wordt afgedrukt vanuit het fysieke via de zintuigen en de bewegingsontwikkeling in het etherische. Deze laatste afdruk staat in onze tijd onder druk, wordt verstoord, doordat de kindercultuur verdwenen is, ouders niet meer weten wat goed voor de lichamelijke ontwikkeling van hun kind is en doordat bijvoorbeeld de ruimten die de kinderen omringen, niet meer harmonisch zijn.
---

B. VRAGEN i.v.m. "De Extra Les"

1. De Bloem-Staf (EL blz.65 ev.)
Enkele aanvullingen op de beschrijving van de Bloem-Staf in "De Extra Les”.
Praktische uitvoering: Het papier is A4 en ligt vertikaal. De leraar/lerares zet de kruisjes boven en onder waartussen het kind de verticale lijn tekenen moet (dit is in feite een IK-lijn.)
De lerares zit naast het kind (links of rechts), of erachter, zodat het kind de vormtekening ervaart vanuit zijn eigen positie. Ik (A.Mc.A.) heb het gevoel dat de oefening het niet hetzelfde bewerkstelligt wanneer het op het schoolbord wordt gedaan of aan de tafel op papier. Het laatste heeft mij voorkeur.

Een opmerking tussendoor: Een tijdsfenomeen is het dat de kinderen niet goed meer kunnen nabootsen, omdat ze er de kans niet toe gehad hebben. Zelfs oudere kinderen hebben er nog problemen mee. Ze hebben er nochtans baat bij zelfs tot hun 11e 13e jaar! Vaak is er bij deze leerlingen nog een kleine hoeveelheid nabootsingskrachten over, die ze niet gebruikt hebben. Dat kan men dan aanspreken, als men hun iets aanbiedt dat waard is om nagebootst te worden.

Het doel van deze Bloem-Staf oefening:

Er waren verschillende uitgangspunten voor deze oefening:
1. Het is een soort Mercuriusstaf. Dr. Enst Lehrs noemde dit een beeld van de etherische ruggengraat.
2. Het is een lemniscaat of een "8". Dat is het beeld van het astraallichaam dat indaalt in het fysieke lichaam.
3. De oefening ontstond in de praktijk, op basis van ideeën van de antroposofie. Ik wilde eerst dat de kinderen gewoon een mooie lemniscaat tekenden (een "acht" die je mooi maakt).
4. De Bloem-Staf is ook een imaginatie van hoe dat de stromingen van etherlichaam en astraallichaam werken in de linker en de rechter lichaamshelft van de mens, boven en beneden de taille.
5. Het is ook het beeld van de beweging van de zenuwbanen van de ogen naar de visuele cortex in hersenen (de occipitale cortex) en een beeld van hoe de etherstromen in vroeger tijden werkten in de opbouw van de hersenen. De hersenen en zenuwen zijn immers gemetamorfoseerd licht.



We proberen met de Bloem-Staf oefening een beeld te verkrijgen van hoe het astraallichaam van het kind instaat is om het objectieve beeld van de waarneming (visueel, maar ook auditief) te verwerken. Kan het wat buiten is naar binnen brengen, en kan het weer reproduceren wat het heeft waargenomen. Het astraallichaam (de lemniscaat) brengt de waarnemingen naar binnen, het IK (de rechte lijn) drukt de waarnemingen af in het geheugen (= het etherlichaam). Kan het kind bijvoorbeeld een woord op het bord lezen, onthouden en daarna opschrijven, of verstoren de daarmee gepaard gaande convexe en/of concave spiegelingen het waarnemingsproces, doordat zij niet in het onbewuste plaatshebben maar in het wakkere bewustzijn omhoog komen en daar desoriëntatie veroorzaken.


Er zijn drie plaatsen om op te letten bij de diagnose: boven midden onder:
Een kind dat doorgaat op de plaats waar de lerares gestopt is en dus voort tekent van beneden naar boven. Interpretatie: de bewegingsimpuls gegeven aan en opgepakt door het astraallichaam gaat door, blijft doorstromen. Het Ik heeft er geen greep op en kan het niet stoppen. Het kind beleeft geen verschil tussen links en rechts.
Een kind dat de bloem boven sluit, zelfs nadat men gezegd heeft "en nu laten we ze open". Interpretatie: dit is een soort doofheid.

Opmerking: Door deze diagnostische tekening als oefening te doen kan men een bepaalde heilzame ontwikkeling tot stand brengen. Dan is het daarna niet meer als diagnostisch middel te gebruiken. Zelfs bij de eerste keer, tijdens `de eerste les` kan dit effect al optreden en kan de tweede tekening van de drie kan beter zijn dan de eerste.

"Gaten in het onderste deel".
Interpretatie: in het onderbewustzijn kunnen de stromingen vanuit de zintuigen niet samenkomen. De visuele zintuigindrukken worden moeilijk afgedrukt in het geheugen dat is in het stofwisselingsgebied van de ledematen, auditieve zintuigindrukken kunnen maar moeizaam worden afgedrukt in het geheugen, dat is in het stofwisselingsgebied van het hoofd.
Opmerking: men moet deze dingen in hun geheel interpreteren, leren lezen, en bijvoorbeeld vergelijken met andere kinderen. Dan valt op dat er bepaalde dingen steeds terug komen.
Deze haakvormige onder uiteinden vindt men bij kinderen met karakterproblemen ("maladjusted children"). Ahriman in Rudolf Steiner beeldengroep de 'Mensheidsrepresentant" in het Goetheanum heeft zijn handen op deze manier. Het duidt op een verharding in het etherische.
- Een kant is langer dan de andere Dit is ook weer een fysiek probleem: het ene been is langer dan het andere, de heup staat scheet, bijvoorbeeld als gevolg van een val, de ruggengraat heeft een afwijking enz.



Algemene opmerking tussendoor: elk onderzoek van ´De Eerste Les´ (de “assessment”) kan ook als oefening gebruikt worden, behalve de "Kruistekening" blz. 44’ en de "Oog kleurvoorkeur" (Blauwe Maan & Rode Zon blz.69)



Gaat het kind bij deze vormtekenoefening kleine rollende oogbewegingen maken, dan is er meestal sprake van problemen in het vestibulaire systeem (evenwicht), Het kind heeft evenwichtsoefeningen nodig en -vergeet die niet en sla dit niet over- oefeningen op de grond, zoals de ‘Dierentuin’ (= Ontwikkelingoefeningen, EL blz.128).

2. "Kruistekening" (Cross Test)

Achtergrond
Bestudeert men werken van kunstenaars uit de Renaissance, die bv. Madonnabeelden schilderden, dan kan men uit de symbolen die ze gebruikten de initiatiegraad afleiden die hadden deze kunstenaars bereikt. Bij de studie van de biografie van de 12 apostelen (Leonardo da Vinci) ontdekt men dan het volgende: Andreas, die op een X vormig kruis gekruisigd werd, groef altijd putten, waar dan "levend" water uitkwam. Dit is een beeld van het etherische. X is dus een etherkruis. Sint Joris (+ kruis) overwon de draak. Het lichaam van de mens is een draak. (vgl. Johannes Tomasius in de Mysteriedrama's van R. Steiner.)

Wat kan men uit de test halen:
-Kan het kind een kruis maken?
-Aan welke kant van de lijn tekent het kind het kruis?
-Kan het de middellijn (vertikaal/horizontaal) kruisen?
-Welke verhouding heeft het kind tot het kruis?
-Welk kruis tekent het?
-Soms ziet men dat het kind het kruis vanuit een heel andere richting tekent, bijvoorbeeld van onder naar boven en van rechts naar links, of bij het diagonale kruis van onderaf.

of

Daarin ziet men dan weer het beeld van de krachtenstromingen (uit de 1909 voordrachten), die in het lichaam van het kind werken. Ditzelfde ziet men dan in andere testen (bv. de "Bloem-Staf").

Wat zegt dit nu over het kind?
Ofwel is dan het astraallichaam te sterk inwerkend (wanneer het kind van onderaf naar boven tekent), ofwel het etherlichaam is een te sterke zuigende kracht.

ALGEMENE OPMERKING: Ik (A.Mc.A.) wil er de nadruk opleggen dat we voor al deze fenomenen geen concrete antwoorden hebben en dat het ook niet goed is die te hebben en kinderen meteen te labelen, dat we zelf al te gefixeerde ideeën te hebben over een kind. Je moet altijd op een open manier naar het kind kijken en alles vergelijken met de andere oefeningen, die je doet. Je moet een hele reeks fenomeen verzamelen en deze dan samenbrengen met je ervaring.


3. De Spot Check (= "Oog-kleurvoorkeur" en "Huis-Boom-Mens-tekening")

Doel van dit onderzoek:
Dit is een klassikaal onderzoek om betrekkelijk snel te ontdekken welke kinderen speciale hulp nodig hebben. Dit onderzoek doet men in de 2e klas en kan men herhalen in de 6e klas (wanneer de kinderen incarneren tot in het beenderelement, skelet).

Praktische gang van zaken:
Een paar velletjes A4 papier voor elk kind
Naam op de blaadjes papier, in de door de leerkracht bepaalde hoek (zodat het blad in de door hem gekozen richting ligt).
Instructie: teken een Blauwe Maan en een Rode Zon.
Andere blad
Klap spring tel oefening, zitten en meteen erna de Huis-Boom-Mens tekening.
De instructie:
Maak een tekening en daarop moet in ieder geval staan: een Huis, een Boom en Mens. Je mag er verder bij tekenen om het mooi te maken: (Men geeft de kinderen alle kleuren, dus ook zwart, bruin en wit.) Na 20 à 30 minuten haalt men de tekeningen op.

Men verdeelt de tekeningen in 3 groepen:
1. goed
2. extra onderzoek nodig
3. behandeling nodig.

Achtergrond
Het kind geeft in de Huis Boom Mens tekening een beeld van het lichaamsschema. Het is geen fantasietekening, want het element van de fantasie wordt naar de achtergrond gedrukt door de klap spring tel oefening. Het kind drukt in beelden dat uit waarmee het zelf "uitgedrukt" is. Denk hierbij aan wat Rudolf Steiner zegt in‘Algemene Menskunde': de cerebrospinale vloeistof loopt door de ruggengraat tot in het hoofd, rondom de hersenen. De gewone wetenschap heeft egvonden dat vanuit de dermatomen een beeld van het gehele lichaamsschema op de thalamus wordt geprojecteerd. Alle zintuigen (behalve de reuk) gaan door de thalamus. De thalamus is dat deel van de hersenen dat de indrukken van buitenaf opneemt.
In deze tekeningen ziet men ook het temperament niet naar boven komen. Het individuele element van de persoonlijkheid is naar de achtergrond gedrukt, maar de archetypische elementen die horen bij de structurele fysieke ontwikkeling komen naar boven.

3. Andere Vragen

Relatie tussen het werk met de Extra Les en heileuritmie (euritmie therapie)? Waarom kan de heileuritmie niet dezelfde resultaten hebben?

Extra Les doet hygiënische oefeningen zoals de bal en de staafoefeningen. Het zijn pedagogische oefeningen die tot doel hebben een eventuele ontwikkelingsachterstand in te halen en het kind tot leren te brengen, leren te leren. Heileuritmie (euritmie therapie) werkt op de constitutie, die gerelateerd is aan de persoonlijkheid. Het is eigenlijk voor constitutie zwakte of ter ondersteuning bij ziekte. Het is dus wel heel nuttig dat euritmie therapeut en Extra Les lerares nauw samenwerken.
Bij vele kinderen is liet lichaam niet voorbereid voor euritmie (euritmie therapie) Jean Hunt, een heileuritmiste constateerde dat en ontwikkelde een serie bewegingsoefeningen gebaseerd op de staafoefeningen, die Rudolf Steiner voor de pedagogische euritmie heeft gegeven en welke trouwens ook het concept van de geestelijke stromingen uit de 1909 voordrachten als basis hebben. De oefeningen werden gepubliceerd in “Move in Time" (Ned. Vertaling: ‘Stap Voor Stap’)
Het is mogelijk om prachtig euritmie maar daarbij te bewegen op een corticaal leer niveau, d.w.z. dat je de bewegingen te veel met je wakkere bewustzijn moet coördineren. De controle over het lichaam en zijn bewegingen, positie in de ruimte, evenwicht enz. moet op een onbewust niveau worden gecoördineerd. Dan kunnen hogere corticale niveaus gebruikt worden voor complexe leerprocessen.
Is dat niet het geval, gaat de werking van de euritmie dan tot diepere lagen in je lichaam? Zo kan bijvoorbeeld een intellectueel begaafd kind euritmie prachtig doen vanuit zijn bewustzijn, maar dan "zakt" het niet in zijn lichaam, m.a.w. Dat helpt dan niet, of de werking drukt zich onvoldoende in het lichaam af en het kind is na enkele weken weer in de zelfde situatie.